Actualiteiten


Lutze │ Haukes informeert u graag over nieuwe ontwikkelingen binnen het Duitse ondernemingsrecht. Welke ontwikkelingen onze aandacht hebben leest u hieronder.

U kunt ons ook volgen op twitter 

16-02-2012

Het saneren van ondernemingen in Duitsland wordt eenvoudiger

Op 1 maart 2012 gaat in Duitsland een nieuwe wet gedeeltelijk van kracht, waardoor het saneren van ondernemingen eenvoudiger dient te worden (zie BGBl 2012). De nieuwe wet - genaamd Gesetz zur Erleichterung der Sanierung von Unternehmen (ESUG) - dient een einde te maken aan de 'saneringsemigratie' naar Engeland, een fenomeen dat in de afgelopen jaren steeds vaker werd gesignaleerd. Lees meer over de nieuwe Wet ter vergemakkelijking van het saneren van ondernemingen in Duitsland in onze nieuwsbrief

Bij vragen over het faillissementsrecht in Duitsland kunt u terecht bij Andreas Lutze.

26-01-2012

Afnemers van Duitse leveranciers dienen ontvangstbevestiging te ondertekenen

Volgens het Duitse recht zijn intracommunautaire leveringen binnen de Europese Unie vrij van btw, mits de Duitse leverancier bepaalde informatie ter controle verstrekt. Deze documentatieplicht is per 1 januari 2012 op een wezenlijke wijze veranderd. Een leverancier, die goederen vanuit Duitsland naar een andere EU-lidstaat levert, is thans verplicht om in zijn administratie een ontvangstbevestiging (een zogenaamde `Gelangensbestätigung´ of `Confirmation of Arrival´) van de afnemer op te nemen. Indien de Duitse leverancier het origineel van deze ontvangstbevestiging niet in zijn administratie heeft, is hij verplicht Duitse btw in rekening te brengen.

Bij vragen over het Duitse handelsrecht kunt u contact opnemen met Andreas Lutze.

25-01-2012

Exitheffing bij grensoverschrijdende zetelverplaatsing van ondernemingen

Sinds enkele jaren is het mogelijk dat vennootschappen hun zetel onder bepaalde voorwaarden naar andere Europese lidstaten verplaatsen (zie onze nieuwsbrief 'Vertrek naar het buitenland - grensoverschrijdende zetelverplaatsing van een Duitse GmbH). Deze ontwikkeling vloeit voort uit het Europese recht op vrijheid van vestiging. Een van de struikelblokken bij een zetelverplaatsing naar een andere lidstaat is dat het in de praktijk telkens weer voorkomt, dat de nationale belastingdienst de vertrekkende vennootschap fiscaal discrimineert. Immers worden de latente meerwaarden in de verplaatste activa bij vertrek naar een andere lidstaat onmiddelijk belast, terwijl dergelijke meerwaarden niet worden belast wanneer een vergelijkbare vennootschap haar zetel binnen het grondgebied van de betreffende lidstaat verplaatst.
In een recente uitspraak heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie daarom een salomonsoordeel geveld. Het Hof bevestigde dat de belastingdienst een heffing mag opleggen over de latente meerwaarde in de activa van de vertrekkende onderneming (de zogenaamde fiscale exitheffing). Echter dient dit vanuit een liquiditeitsoogpunt op een evenredige wijze te geschieden, door de heffing vooralsnog slechts vast te stellen en bedrijven de mogelijkheid te bieden om pas later af te rekenen met de fiscus, bijvoorbeeld op het moment van realisatie van de betrokken activa (zie Europees Hof, arrest van 29-11-2012, National Grid Indus, C-371/10).
Deze uitspraak betrof een Nederlandse zaak, maar is ook in Duitsland in acht te nemen. Of de Duitse regeling aan de richtlijnen voldoet kan betwijfeld worden: volgens artikel 4g van de Duitse belastingwet wordt er geen uitstel van betaling gegeven van de heffing tot aan de realisering van betrokken activa, maar wordt de heffing over een periode van vijf jaar verdeeld en dat ook slechts dan wanneer de vennootschap haar statutaire zetel in Duitsland behoudt (dus slechts de bedrijfsleiding naar het buitenland verplaatst). De Duitse wetgever zal haar beleid waarschijnlijk moeten corrigeren. Derhalve is het raadzaam om onder verwijzing naar de nieuwe jurisprundentie een Steuerberater in de arm te nemen en zonodig bezwaar in te dienen tegen de exitheffing van de Duitse belastingdienst.

Bij vragen over de verhuizing van vennootschappen naar het buitenland kunt u terecht bij Andreas Lutze.

04-01-2012

Verordening over minimumloon in de Duitse uitzendbranche van kracht

Per 1 januari 2012 geldt voor heel Duitsland een nieuwe verordening over de minimumloontarieven voor de uitzendbranche.
De hoogte van het minimumuurloon is naar regio gedifferentieerd en bedraagt per 1 januari 2012 voor de deelstaten in het voormalige Oost-Duitsland, inclusief Berlijn 7,01 Euro per uur en voor alle overige deelstaten 7,89 Euro per uur. Op 1 november 2012 worden deze tarieven verhoogd naar 7,50 Euro voor de deelstaten in het voormalige Oost-Duitsland en 8,19 Euro in het westen. De verordening heeft een beperkte geldigheidsduur tot en met 31 oktober 2013.

Bij vragen over het uitzenden van personeel in Duitsland kunt u terecht bij Andreas Lutze.

23-12-2011

Prettige feestdagen!

Lutze Haukes Advocaten wenst iedereen prettige feestdagen en een voorspoedig 2012!

19-12-2011

Duitse werkgever mag al op de eerste dag van ziekteverzuim een medisch attest verlangen

Onze Nederlandse cliënten stellen regelmatig de vraag of werknemers in Duitsland in geval van ziekte verplicht zijn om een attest van de huisarts te overleggen. In Nederland is een zieke werknemer in de meeste gevallen slechts verplicht om zijn afwezigheid wegens ziekte bij de werkgever te melden. In het Duitse recht bestaat er echter een andere procedure. Allereerst dient de werknemer de werkgever zo spoedig mogelijk op de hoogte te stellen van zijn arbeidsongeschiktheid wegens ziekte en van de verwachte duur van de ziekte. Indien de ziekte langer duurt dan drie kalenderdagen, dient de werknemer op de vierde dag een medisch attest over het bestaan van de arbeidsongeschiktheid en de verwachte duur van de arbeidsongeschiktheid aan de werkgever te overleggen.
De werkgever heeft echter ook het recht van de werknemer te verlangen, bijvoorbeeld in geval van veelvuldig kortdurend verzuim wegens ziekte, dat deze het medisch attest eerder overlegd. Volgens een actuele uitspraak van het Landesarbeitsgericht Keulen (LAG) mag een werkgever ook zonder concrete aanleiding reeds op de eerste dag van ziekteverzuim een medisch attest verlangen. De werkgever hoeft hiervoor geen motivering tegenover de werknemer aan te geven (zie LAG Keulen, uitspraak van 14-12-2011, dossiernr. 3 Sa 597/11).

Bij vragen over het Duitse arbeidsrecht kunt u terecht bij Jochen Haukes.

08-12-2011

Over de goodwillvergoeding van de handelsagent bij voortzetting van een failliete onderneming door een nieuw opgerichte vennootschap

Het is de taak van een handelsagent om zaken tussen de ondernemer (de principaal) en potentiële afnemers te bemiddelen. Door de bemidddelingsactiviteiten van de handelsagent bouwt de principaal een vaste klantenkring op. Doorgaans heeft de principaal ook nog na beëindiging van de handelsagentuurovereenkomst profijt van dit klantenbestand. Daarom kan de handelsagent na contractbeëindiging een redelijke compensatie (goodwillvergoeding) opeisen (§ 89b HGB). De goodwillvergoeding dient ter compensatie van de voordelen voor de ondernemer c.q. de gederfde provisie voor de handelsagent, die het gevolg zijn van vervolgopdrachten van klanten, die door de handelsagent zijn bemiddeld.
Maar hoe zit het eigenlijk in het geval dat de principaal genoodzaakt is faillissement aan te vragen en de failliete onderneming inclusief de vaste klantenkring over wordt genomen door een nieuw opgerichte onderneming? Over deze vraag heeft de Duitse Hoge Raad (BGH) onlangs een uitspraak gedaan. Indien de nieuw opgerichte onderneming zowel de klanten als ook de handelsvertegenwoordiger van het failliete bedrijf overneemt, dan dienen deze klanten, die op basis van de activiteiten van de handelsvertegenwoordiger voor het eerst een overeenkomst met de overnemende onderneming afsluiten, gezien te worden als nieuwe klanten die door de handelsagent zijn geacquireerd (zie BGH, uitspraak van 26-10-2011, VIII ZR 222/10). Dientengevolge kan de handelsagent tegen de overnemende onderneming ook een goodwillvergoeding geldend maken, aldus het BGH. Naar mening van de BGH zou het doorgeven van het klantenbestand door de overnemende onderneming aan de handelsagent hooguit vanuit het oogpunt van billijkheid tot een korting op de goodwillvergoeding kunnen leiden, omdat daardoor de acquisitie van deze klanten voor de handelsagent eenvoudiger wordt.

Bij vragen over het Duitse handelsagentuurrecht kunt u terecht bij Andreas Lutze.

30-11-2011

Bij zakelijk gebruikte facebook-accounts is een impressum verplicht

Een impressum is volgens het Duitse recht een verplicht onderdeel van zakelijke websites van bedrijven met zetel in Duitsland (zie ook onze nieuwsbrief 'Het Duitse recht voor ondernemers van A tot Z'). Ook voor de websites van Duitse filialen van buitenlandse ondernemingen is een impressum verplicht. De bezoeker van de website kan door een muisklik op het impressum vaststellen, wie er achter de door hem bezochte website zit.
Naar ervaring blijkt dat Duitse consumenten en ook concurrenten actief gebruik maken van deze informatiemogelijkheid. Bij niet-nakoming van de impressum-verplichting kan de eigenaar van de website door concurrenten respectievelijk hun advocaten aangemaand met een vordering tot schadenvergoeding worden geconfronteerd.
Wanneer profielpagina's in sociale netwerken zoals facebook niet uitsluitend privé, maar ook zakelijk voor marketingdoeleinden worden gebruikt, dan geldt ook voor dit profiel een impressumverplichting volgens § 5 van het Telemediengesetz (TMG). Dit heeft het Landgericht Aschaffenburg in een recente uitspraak in kort geding van 19-08-2011 bevestigd. Ten einde aan de impressum-verplichting te voldoen volstaat echter ook een link naar het impressum op de website van de eigenaar, mits gewaarborgd is dat de verplichte vermeldingen eenvoudig te herkennen en zonder lang zoeken vindbaar zijn, aldus de rechtbank. Een link met de aanduiding `Info´» voldoet niet aan deze criteria (zie LG Aschaffenburg, uitspraak van 19-08-2011 - 2 HK O 54/11).

Bij vragen over het opstellen van een impressum dat voldoet aan de Duitse wet- en regelgeving kunt u terecht bij Andreas Lutze.

25-11-2011

Andreas Lutze blogt op LinkedIn `Exportcircle´ over valkuilen en succesfactoren van een Duitse webshop.

17-11-2011

Termijn voor verweer tegen bedrijfsovergang gaat pas in nadat werknemers behoorlijk zijn geinformeerd

Het vraagstuk bedrijfsovergang speelt een belangrijke rol in onze advies- en procespraktijk. Er is sprake van een bedrijfsovergang wanneer de overnemende partij het bedrijf of een onderdeel van het bedrijf dusdanig voortzet, dat de identiteit van het bedrijf in stand blijft. Artikel 613a lid 1 BGB bepaalt dat alle rechten en verplichten voortvloeiend uit arbeidsovereenkomsten, die op het tijdstip van de bedrijfsovergang bestaan, van rechtswege overgaan op de nieuwe eigenaar van de onderneming.
De huidige werkgever danwel de overnemende partij dient de door de bedrijfsovergang betroffen werknemers vóór de overgang van de arbeidsovereenkomst schriftelijk in kennis te stellen. Vervolgens kan de werknemer binnen een maand na ontvangst van deze informatie schriftelijk bezwaar indienen tegen de overgang van de arbeidsovereenkomst. Het Bundesarbeitsgericht (BAG) heeft recentelijk bevestigd dat de termijn van een maand waarbinnen de werknemer het recht heeft bezwaar in te dienen tegen de overgang van zijn arbeidsovereenkomst aan overnemende partij pas ingaat op het moment dat de werknemer behoorlijk over de overgang is geinformeerd. Van een behoorlijke informatie is sprake wanneer voldaan is aan de inhoudelijke vereisten van art. 613a lid 5 BGB, aldus het BAG (zie BAG, uitspraak van 10-11-2011, 8 AZR 277/10).

Bij vragen over het Duitse arbeidsrecht kunt u terecht bij Jochen Haukes.

10-11-2011

Internetveiling verplicht om aanbiedingen te toetsen

Wanneer een platform voor internetveilingen de advertenties van haar klanten met doelgerichte advertenties - zoals bijvoorbeeld door AdWords-advertenties - ondersteunt, dan is het veilinghuis verplicht om deze advertenties op een eventuele rechtsinbreuk te toetsen. Dit heeft het Oberlandesgericht Hamburg in een uitspraak op 04-11-2011 besloten (zie OLG Hamburg Az. 5 U 45/07).
In de onderhavige zaak had de producent van de kinderstoel 'Tripp Trapp' het internet-veilinghuis eBay gedagvaard. eBay had haar klanten via www.ebay.de ondersteunt bij het plaatsen van AdWords-advertenties, waarin illegaal nagebouwde 'Tripp Trapp' stoelen werden geadverteerd. De rechter heeft aan deze praktijk nu een halt toegeroepen. Volgens de rechter is de aanbieder van een internetveilingplatform weliswaar niet gehouden om iedere aanbieding voor publicatie op internet zonder concrete aanleiding te toetsen. eBay heeft zich naar mening van de rechtbank echter niet beperkt tot het aanbieden van technische structuren, maar heeft doelgericht het vinden van bepaalde aanbiedingen door aspirant-kopers bevorderd. Dit leidt tot een grotere verplichting van de gedagvaarde, aldus de rechtbank. De rechter bepaalde derhalve dat eBay op haar website alle aanbiedingen voor kinderstoelen die middels woordfilters traceerbaar zijn visueel op mogelijke plagiaten dient te controleren. 

Bij vragen over e-commerce in Duitsland kunt u terecht bij Andreas Lutze.

03-11-2011

DENIC verplicht om domeinnamen in geval van kennelijk misbruik te verwijderen 

De Duitse Hoge Raad (BGH) heeft zich recentelijk gebogen over de vraag onder welke randvoorwaarden de DENIC, de organisatie verantwoordelijk is voor de registratie van .de-domeinen, verplicht is om een registratie op te heffen. In de onderhavige zaak had een in Panama gevestigde onderneming het domein „regierung-oberfranken.de' laten registreren. Volgens de uitspraak van het BGH hoeft de DENIC bij de geautomatiseerde registratie niet iedere registratieaanvraag op mogelijke schendingen van rechten te toetsen. De verwijdering van een registratie waartegen bezwaar wordt gemaakt, behoort volgens het BGH echter te geschieden, wanneer de rechtsschending - zoals in het onderhavige geval - kennelijk en voor de DENIC zonder meer vast te stellen is (zie BGH, uitspraak van 27-10-2011, I ZR 131/10).

Bij vragen over het Duitse IT-recht kunt u contact opnemen met Andreas Lutze.

31-10-2011

Strijd tegen misleidende etiketten

Inmiddels is in Duitsland sinds 100 dagen het gebruikersportaal www.lebensmittelklarheit.de online. Het internetportaal heeft zich ten doel gesteld om consumenten, die zich door de opmaak van producten danwel de reclame voor deze producten misleid voelen, algemene informatie te verstrekken over wat er op etiketten voor levensmiddelen hoort te staan, vragen over concrete producten te beantwoorden en ruimte voor discussie te bieden. De Duitse vereniging voor consumentenbelangen (Verbraucherzentrale) beoordeelt de etikettering en presentatie van door consumenten gemelde producten vanuit haar perspectief en de betroffen producent van het product wordt in de gelegenheid gesteld stelling te nemen. Het portaal wordt door de federatie van Duitse consumentenorganisaties onderhouden met financiële ondersteuning van het Duitse federale ministerie van consumentenbescherming in het kader van het programma 'duidelijkheid en waarheid'. Tot dusver zijn er via het platform 3800 meldingen door consumenten binnengekomen. Tientallen producten staan inmiddels op de site vermeld. Volgens de vereniging voor consumentenbelangen zijn 27 producenten voornemens om hun verpakking aan te passen.

27-10-2011

Host provider verantwoordelijk voor inhoud blogs die het persoonlijkheidsrecht schenden

Een in het buitenland gevestigde host provider kan voor een Duitse rechtbank en conform Duits recht aangesproken worden wegens het nalaten te ageren tegen de kwetsende inhoud van een blog, waarin de persoonlijkheidsrechten van een derde worden geschonden. De Duitse Hoge Raad (BGH) heeft dit in een recentelijke uitspraak bevestigd.

Het BGH heeft in deze context geconcretiseerd onder welke voorwaarden een dergelijke aansprakelijkheid bestaat (zie persbericht, BGH uitspraak van 25-10-2011, VI ZR 93/10)

Bij vragen over deze uitspraak kunt u terecht bij Andreas Lutze.

25-10-2011

Vrije forumkeuze bij de schending van persoonlijkheidsrechten

Het komt regelmatig voor dat er berichten op internet gepubliceerd worden die de persoonlijkheidsrechten van een individu schenden. Ook kan het gebeuren dat de gedupeerde in een andere lidstaat woont dan de staat waarin de betreffende contents gepubliceerd en/of toegankelijk zijn. Bij welke rechtbank respectievelijk in welke lidstaat kan de gedupeerde zich in een dergelijk geval dan tegen de schending van persoonlijkheidsrechten verweren?
Het Europese Hof van Justitie heeft in een recente uitspraak beslist dat de gedupeerde de vrije keuze heeft. De gedupeerde kan een vordering tot schadevergoeding indienen bij de rechtbanken van de Europese lidstaat waar zich het centrum van zijn belangen bevindt of bij de gerechten van de lidstaat waar de uitgever van de contents gevestigd is (zie HvJ, uitspraak van 25-10-2011, C-509/09 en C-161/10). De betreffende gerechten kunnen dan een uitspraak doen over de gehele schade die de gedupeerde heeft geleden binnen het gebied van de Europese Unie. Daarnaast kan een gedupeerde er ook voor kiezen om een vordering tot schadevergoeding in te dienen bij de gerechten van elke lidstaat op het grondgebied waarvan een op internet geplaatste content toegankelijk is of is geweest. Deze gerechten kunnen dan echter slechts kennis nemen van vorderingen die betrekking hebben op de schade die de gedupeerde op het grondgebied van de betreffende lidstaat heeft geleden. 

Bij vragen naar aanleiding van de uitspraak kunt u terecht bij Andreas Lutze.

18-10-2011

De Europese Commissie wil gemeenschappelijk Europees kooprecht invoeren

Tot dusver maken volgens een recent Duits onderzoek slechts 7 procent van de consumenten gebruik van de mogelijkheid om online in het buitenland te shoppen. Ook veel ondernemingen schromen het afsluiten van grensoverschrijdende overeenkomsten; slechts 10 procent van de ondernemers leveren hun producten naar het buitenland.
Daarom heeft de Europese Commissie een voorstel voor een gemeenschappelijk Europees kooprecht gedaan (IP/11/1175). Het gemeenschappelijke Europees kooprecht zal slechts dan van toepassing zijn wanneer beide contractpartijen daarmee vrijwillig en uitdrukkelijk instemmen. De keuze voor het Europese kooprecht zal mogelijk zijn bij de grensoverschrijdende inkoop van goederen en bij overeenkomsten met betrekking tot digitale producten zoals muziek, films, software of smarthone-applicaties.
Het voorstel van de Europese Commissie belooft een beduidende vereenvoudiging voor exportgeoriënteerde ondernemingen. Deze bedrijven zullen in de toekomst slechts nog twee in plaats van 27 rechtssystemen in acht hoeven te nemen: het recht van het thuisland en het Europese kooprecht voor de export naar andere (Europese) landen. Het Europees Parlement en de EU-lidstaten moeten echter nog accoord gaan met het voorstel van de Europese Commissie.

Vragen over het Europese recht kunt u richten aan Andreas Lutze.

17-10-2011

De aanvechting van salarisuitbetalingen bij faillissement

Volgens het Duitse insolventierecht zijn werknemers in het kader van een faillissement (niet bevoorrechte) faillissementsschuldeisers. Wat dat betreft verschilt het Duitse recht wezenlijk van het Nederlandse recht, dat de aanspraken van de werknemer op achterstallig salaris als preferente vordering beschouwt.
De vraag is echter hoe er volgens het Duitse recht omgegaan dient te worden met de uitbetaling van lonen en salarissen, die kort voordat de faillissementsaanvraag werd ingediend zijn uitbetaald aan werknemers die zich bewust waren van de betalingsonmacht van het bedrijf?
Volgens het Duitse insolventierecht kan een curator een rechtshandeling aanvechten, wanneer deze in de laatste drie maanden voorafgaand aan het indienen van het faillissementsverzoek ten bate van een faillissementsschuldeiser is verricht, en de schuldenaar ten tijde van de handeling reeds insolvent was en de schuldeiser op dat tijdstip wetenschap had van de betalingsonmacht (art. 130 lid 1 sub 1 InsO). Onder 'wetenschap hebben van de betalingsonmacht' wordt ook het op de hoogte zijn van omstandigheden verstaan waaruit onvermijdelijk de betalingsonmacht van de schuldenaar moet worden afgeleid (zie § 130 Abs. 2 InsO). Het Duitse Bundesarbeitsgericht (BAG) heeft een een actuele uitspraak geoordeeld, dat wanneer de werknemer slechts op de hoogte is van de duur en de hoogte van de eigen achterstallige salarisbetaling en van het feit dat de werkgever sinds enkele maanden ook ten opzichte van een groot gedeelte van de andere werknemers met de betaling van de salarissen in achterstand was geraakt, er geen rechtvaardigingsgrond bestaat voor een aanvechting van de salarisuitkering door de faillissementscurator. Op basis van de notie van de werknemer kan volgens het BAG nog geen eenduidige conclusie over de liquiditeits- en betalingssituatie van de werkgever worden getrokken (zie BAG, uitspraak van 6 oktober 2011 - 6 AZR 262/10).

Bij vragen over het Duitse insolventierecht kunt u terecht bij Andreas Lutze.

13-10-2011

Nieuwe Europese richtlijn betreffende consumentenrechten aangenomen

Het Europese Parlement heeft eerder deze week de nieuwe Europese richtlijn betreffende consumentenrechten aangenomen. De richtlijn versterkt de rechten van consumenten, met name met betrekking tot e-commerce. Na de officiële publicatie hebben lidstaten twee jaar de tijd om de nieuwe regels om te zetten in nationaal recht.
De nieuwe richtlijn bevat naar mening van de Europese Commissie een tiental voordelen voor consumenten, waarbij op te merken valt dat het Duitse recht op een aantal punten nu al een vergelijkbare, zo niet betere bescherming van de consumenten biedt:
1) Verbod op verborgen kosten op internet.
2) Meer transparantie over prijzen. Consumenten moeten worden geinformeerd over de totale kosten van een product of dienst en hoeven niet te betalen voor kosten als zij daarover niet goed waren geinformeerd voordat zij een bestelling plaatsten.
3) Het is verboden om zogenaamde tickboxen alvast aan te vinken.
4) Consumenten hebben 14 dagen de tijd om zich te bedenken over een online aankoop. Binnen de bedenktermijn kunnen gekochte producten zonder opgaaf van reden worden geretourneerd.
5) Terugbetaling aan consumenten dient te gebeuren binnen 14 dagen.
6) Er komt een model formulier dat gebruikt kan worden door consumenten die gebruik willen maken van hun herroepingsrecht.
7) Er mogen geen extra kosten in rekening worden gebracht voor het gebruik van credit cards of andere betaalwijzen anders dan wat het de verkoper daadwerkelijk kost om de betaalmethode aan te bieden.
8) Er moet duidelijkere informatie worden verstrekt over welke partij moet betalen voor het retourneren van producten.
9) Betere bescherming van consumenten met betrekking tot digitale producten.
10) Algemene regels voor bedrijven moeten het eenvoudiger maken om overal in Europa te handelen.

Bij vragen over e-commerce in Duitsland kunt u terecht bij Andreas Lutze.

11-10-2011

Over het verschil tussen een bedrijfsstillegging en een bedrijfsovergang

Het vraagstuk bedrijfsovergang speelt een belangrijke rol in onze advies- en procespraktijk. Er is sprake van een bedrijfsovergang wanneer de overnemende partij het bedrijf of een onderdeel van het bedrijf dusdanig voortzet, dat de identiteit van het bedrijf in stand blijft. Artikel 613a lid 1 BGB bepaalt dat alle rechten en verplichten voortvloeiend uit arbeidsovereenkomsten, die op het tijdstip van de bedrijfsovergang bestaan, van rechtswege overgaan op de nieuwe eigenaar van de onderneming. Een opzegging in verband met een bedrijfsovergang is niet rechtsgeldig (zie artikel 613a lid 4 Burgelijk Wetboek, BGB). Het opzeggen van een arbeidsovereenkomst in verband met het stilleggen van een bedrijf is daarentegen in principe wel toegestaan. Echter, hoe kan een bedrijfsstillegging van een bedrijfsovergang afgebakend worden? Het Landesarbeitsgericht Düsseldorf (LAG) heeft hierover recentelijk een uitspraak in de volgende casus gedaan. De eisende partij waren werknemers bij het gedagvaarde schoonmaakbedrijf, dat zich had gespecialiseerd op het reinigen van het interieur van vliegtuigen. Nadat het schoonmaakbedrijf de order voor het reinigen van het interieur van een grote luchtvaartmaatschappij aan een zusteronderneming was kwijtgeraakt, werden de arbeidsovereenkomsten met de eisende werknemers op grond van dringende bedrijfseconomische redenen opgezegd. Het schoonmaakbedrijf rechtvaardigde het ontslag van de betreffende werknemers met het verlies van de klant, naar aanleiding waarvan het besluit werd genomen om het bedrijfsonderdeel dat op het reinigen van het interieur van vliegtuigen was gespecialiseerd, stil te leggen.
Naar opvatting van het LAG is hier echter geen sprake van een (legitieme) bedrijfsstillegging. Gezien de omstandigheden dat alle schoonmaakorders zonder tijdelijke onderbreking door het zusterbedrijf zijn voortgezet, het zusterbedrijf een aanzienlijke kern van het vaste personeel heeft overgenomen en de arbeidsmethoden voor het overgrote deel hetzelfde zijn gebleven, moet deze casus gezien worden als een bedrijfsovergang, aldus het LAG. Een ontslag op grond van dringende bedrijfseconomische redenen is naar mening van het LAG derhalve op basis van art. 613a lid 4 BGB uitgesloten (zie uitspraak LAG Düsseldorf van 28-09-2011, dossiernr. 4 Sa 616/11)
Bij vragen over het arbeidsrecht kunt u contact opnemen met Jochen Haukes.

06-10-2011

Internationalisering op de agenda van het NCD district Duitsland 

De Nederlandse vereniging van Commissarissen en Directeuren (NCD) heeft er een nieuwe regio bij: het NCD district Duitsland. Deze afdeling wendt zich tot Nederlandse CEO´s en DGA´s die actief zijn in Duitsland en zich graag door andere ondernemers laten inspireren. Op 29 september jl. vond de eerste netwerkbijeenkomst van het NCD district Duitsland plaats in Osnabrück. De conclusie van deze bijeenkomst was dat internationalisering op de agenda van DGA´s hoort te staan en leiderschap vergt. Onder dit motto wil het district Duitsland in het komende jaar een aantal netwerkbijeenkomsten organiseren.
Meer weten? Neem contact op met Andreas Lutze.

04-10-2011

EU-parlement wil inlevering kleine elektronische apparaten

Het Europees Parlement wil dat consumenten hun kleine elektronische apparaten, zoals mobiele telefoons en lampen, moeten kunnen inleveren bij elektronicawinkels. Conform de huidige regelgeving kan elektronisch afval uitsluitend in speciale containers van de gemeente gestort worden. Voor de afvoer van deze containers en de verwijdering van het elektronsich afval is in beginsel de producent van de elektronica verantwoordelijk. Let op: Als producent wordt niet alleen degene beschouwt die de elektronische apparaten maakt, maar ook diegene die deze (bijvoorbeeld vanuit Nederland) naar Duitsland invoert!

Voor meer informatie over de wetgeving m.b.t. elektronisch afval kunt u terecht bij Andreas Lutze.

27-09-2011

Mogen Nederlanders Beiers bier brouwen?
In het geding tussen de Beierse bierbrouwerbond en de Nederlandse bierbrouwerij Bavaria over het merk 'BAVARIA HOLLAND BEER' heeft de Duitse Hoge Raad (BGH) zich bezig gehouden met de vraag of er met deze merknaam inbreuk wordt maakt op de beschermde geografische aanduiding 'Bayerisches Bier' (zie BGH, uitspraak van 22-09-2011, I ZR 69/04). Het BGH heeft de casus terugverwezen aan het Oberlandesgericht München. Deze rechtbank zal - aldus het BGH - moeten beslissen of het merk BAVARIA HOLLAND BEER ongeoorloofd voordeel haalt uit de reputatie van de benaming 'Bayerisches Bier' (art. 127 lid 3 Markengesetz).

22-09-2011

Aanspraak op schadevergoeding wegens discriminerende personeelsadvertentie
 
Wanneer een personeelsadvertentie met de kop 'Geschäftsführer gesucht' geen aanvulling '/in' resp. 'm/v' bevat, danwel het mannelijke begrip “Geschäftsführer” in de verdere context van de advertentie wordt gerelativeerd, dan is dit volgens een actuele uitspraak van het Oberlandesgericht Karlsruhe (OLG) in strijd met het verbod op achterstelling volgens de anti-discriminatiewet (zie OLG Karlsruhe, uitspraak van 13-09-2011, dossiernr. 17 U 99/10). Vrouwen, die zonder succes op een dergelijke vacature solliciteren kunnen derhalve een schadevergoeding eisen. De hoogte van de schadevergoeding, aldus het OLG, moet zo zijn, dat er een afschikkende werking van uit gaat. In het onderhavige geval achtte het OLG een schadeloosstelling ter hoogte van € 13.000,- voor billijk.

Bij vragen over het arbeidsrecht in Duitsland kunt u contact opnemen met Jochen Haukes.

21-09-2011

Google neemt Duitse kortingssite DailyDeal over

Google heeft de succesvolle Duitse kortingssite DailyDeal over genomen. De koopprijs ligt volgens informatie uit de branche tussen 150 en 200 miljoen euro. DailyDeal werd pas twee jaar geleden opgericht. Eind vorig jaar had Google tevergeefs geprobeerd om de Amerikaanse marktleider Groupon over te nemen. Net als Groupon richt DailyDeal zich op de verkoop van kortingbonnen met groepskorting voor bezoeken aan restaurants, wellness- en sportaanbiedingen, gecombineerd met een tegoedbon voor belevenis-shopping.

Bij vragen over fusies en overnames in Duitsland kunt u contact opnemen met Andreas Lutze.

21-09-2011

Nederlandse fietsfabrikanten rivaliseren om Duitse marktleider

De markt voor electrische fietsen boomt ook in Duitsland. Marktleider is de grootste Duitse fietsfabrikant Derby Cycle. Twee Nederlandse concurrenten strijden nu blijkbaar om deze fietsfabrikant. De Nederlandse fietsenfabrikant Accell Group N.V. heeft pas haar minderheidsbelang in Derby Cycle uitgebreid naar 22 procent. Derby Cycle vreest thans een vijandige overname en probeert dit door middel van een strategische samenwerking met een andere Nederlandse onderneming te voorkomen. Volgens een bericht in de Financial Times Duitsland gaat het daarbij om de Nederlandse onderneming Pon, waartoe ook Gazelle behoort. Pon is blijkbaar een overname bod op de grootste Duitse fietsfabrikant aan het voorbereiden. Geen van beide partijen wilde commentaar geven op de berichtgeving.

Bij vragen over fusies en overnames in Duitsland kunt u zich richten tot Andreas Lutze.

12-09-2011

Grondrechten voor buitenlandse bedrijven in Duitsland

Volgens een recentelijk gepubliceerde uitspraak van het Duitse Constitutionele Hof (Bundesverfassungsgericht) genieten buitenlandse ondernemingen uit de Europese Unie voortaan volledige grondrechtsbescherming in Duitsland. Tot dusver was dat niet het geval. Overeenkomstig de geldende jurisprudentie konden buitenlandse ondernemingen zich slechts beperkt op de Duitse grondwet beroepen. Volgens de bewoording van de Duitse grondwet gelden de grondrechten ten aanzien van bedrijven namelijk voor binnenlandse rechtspersonen. Het Bundesverfassungsgericht heeft in de bovengenoemde uitspraak echter beslist dat de Europese fundamentele vrijheden en het verbod op discriminatie een ongelijke behandeling van Duitse en buitenlandse bedrijven niet toestaan (zie dossiernr. 1 BvR 1916/09). Wanneer buitenlandse ondernemingen zich door Duitse overheidsinstanties onrechtmatig beperkt zien in hun grondrechten - zoals bijvoorbeeld het ongestoord gebruik van de eigendom of in de vrijheid van beroep - dan staat de juridische weg naar het Bundesverfassungsgericht derhalve voortaan open.

Bij vragen over deze uitspraak kunt u terecht bij Andreas Lutze.

12-09-2011

Samsung verliest in Duitsland rechtszaak tegen Apple

Volgens een actuele uitspraak van het Landgericht Düsseldorf mag de Apple-concurrent Samsung ook voortaan de nieuwe Galaxy Tab 10.1 niet in Duitsland verkopen (zie LG Düsseldorf, uitspraak van 09-09-2011, dossiernummer 14c O 194/11). Volgens de rechtbank maakt Samsung met de verkoop van de Galaxy Tab 10.1 inbreuk op verschillende ontwerpen, die Apple voor zijn iPad Europees  heeft  laten beschermen. Met deze uitspraak heeft het Landgericht Düsseldorf een recentelijke uitspraak in kort geding bevestigd. In een vergelijkbare rechtszaak in Nederland kon Apple eind augustus de rechter er echter niet van overtuigen dat Samsung met de Galaxy Tab 10.1 inbreuk maakt op de ontwerpen van de iPad. In Nederland is de Galaxy Tab 10.1 gewoon verkrijgbaar.

11-09-2011

Over bloemetjes en bijtjes

Honing en voedingssupplementen die pollen van genetisch gemanipuleerde organismen bevatten, moeten gelabelled worden als genetisch gemanipuleerd voedingsmiddel en mogen derhalve niet zonder toestemming in de handel worden gebracht. Het Europese Hof heeft dit recentelijk besloten (zie EuGH, uitspraak van 06-09-2011, dossiernr. C-442/09). Gezien het feit dat honing in allerlei voedingsmiddelen is verwerkt, is te verwachten dat deze uitspraak grote gevolgen zal hebben voor de voedingsmiddelenbranche en retailer in heel Europa.

01-09-2011

Totale kosten vliegtickets in een oogopslag

Bij het boeken van vliegreizen via reisportalen in het internet dienen vakantiegangers in een oogopslag de totale kosten van de vliegtickets te kunnen zien. Het is niet toegestaan dat toeslagen en heffingen pas bij de boeking bekend gemaakt worden, bevestigde de Duitse Hoge Raad (BGH) in een uitspraak in de zaak fluege.de (dossiernr. I ZR 168/10)

Bij vragen over e-commerce kunt u terecht bij Andreas Lutze

31-08-2011

Is de saneringsclausule in de Duitse vennootschapsbelastingwet wel echt in strijd met het Europese recht?

Op het gebied van fusies en overnames - een van de speerpunten van onze adviespraktijk  - krijgen wij regelmatig de vraag voorgelegd, of het mogelijk is om de fiscale verliezen van een GmbH uit de voorgaande jaren bij een aandeelhouderswisseling met winsten te kunnen verrekenen. In bepaalde gevallen verbiedt de Duitse wet de geheel of gedeeltelijke verrekening van eerdere verliezen (zie § 8c lid 1 KStG). Zo kunnen de verliezen bij een overdracht van 25 % tot 50% van de aandelen GmbH slechts proportioneel verrekend worden en bij een overdracht van meer dan 50% zelfs helemaal niet verrekend worden. Een uitzondering hierop vormt de zogenaamde saneringsclausule conform § 8c lid 1a KStG, waarin geregeld is dat een verrekening van verliezen uit voorgaande jaren mogelijk is wanneer de verkrijging van de deelname in een noodlijdend bedrijf met het oogmerk geschiedt het bedrijf te saneren.

De Europese Commissie ziet in de saneringsclausule echter een vorm van staatssteun, die niet verenigbaar is met het Europese recht. Op basis van een besluit van de Commissie van 26 januari 2011 mag de Duitse belastingdienst de saneringsclause in principe niet meer toepassen - ondanks het door de Bondsregering aanhangig gemaakte verzoek om nietigverklaring bij het Gerecht van de Europese Unie.

Per besluit van 1 augustus j.l. heeft het Finanzgericht Münster in een geschil de volstrekking van belastingaanslagen opgeschort, waarin de belastingdienst met een verwijzing naar artikel 8c lid 1 KStG geen rekening meer had gehouden met verliezen, hoewel het buiten kijf stond dat aan de voorwaarden van de saneringsclausule was voldaan (zie uitspraak FG Münster van 1 augustus 2011, 9 V 357/11 K, G). Ter argumentatie voert het Finanzgericht Münster aan ernstige twijfels te hebben of de saneringsclausule van artikel 8c lid 1a KStG wel echt - zoals de Europese Commissie beweert - als ontoelaatbare steun te betrachten is. Niet alleen het Europese Gerechtshof, maar ook de nationale rechtbanken zijn in een dergelijke situatie gemachtigd voorlopige rechtsbescherming te bieden, aldus het Finanzgericht Münster. In verband met de fundamentele betekenis van de zaak, heeft het Finanzgericht Münster het bezwaarschrift doorverwezen naar de Duitse Hoge Raad voor fiscale zaken (Bundesfinanzhof).

Bij vragen over fusies en overnames kunt u zich richten tot Andreas Lutze

29-08-2011

„Curryworst-uitspraak' in Duitsland: slechts zeven procent Duitse btw bij de patatkraam

Wat de frikandel is voor de Nederlanders, is de curryworst voor de Duitsers. Maar niet alle curryworsten zijn hetzelfde, bleek uit een recentelijke uitpraak van het Hoger Gerechtshof voor fiscale zaken (Bundesfinanzhof - BFH) in Duitsland.

De Duitse btw kent net als in Nederland verschillende tarieven. Het algemene btw-tarief bedraagt 19 procent. Voor alledaagse producten, die de wetgever minder wil belasten dan luxe goederen, geldt een verlaagd btw-tarief van 7 procent. De indeling tussen alledaagse producten en luxeproducten is echter niet altijd even eenduidig. Om die reden moest het BFH zich recentelijk buigen over de vraag of curryworsten, patat en andere snacks van een patatkraam met 19 procent of 'slechts' met 7 procent btw belast moeten worden. In haar uitspraak heeft het BFH geoordeeld, dat de fiscus bij eenvoudige spijzen zoals snacks met het verlaagde btw-tarief genoegen moet nemen wanneer de patatkraam slechts over een provisorische consumptieinrichting, zoals bijvoorbeeld een bar of een plank,  beschikt (zie BFH-uitspraak van 30 juni 2011, V R 35/08). In dat geval is er immers sprake van een verkoop van 'levensmiddelen' waarop een verlaagd btw-tarief van toepassing is, in tegenstelling tot een 'horecaomzetbelasting' die geldt wanneer er tafels en stoelen ter beschikking worden gesteld.

25-08-2011

Betere bescherming tegen valkuilen op internet

De Duitse bondsregering wil de burgers beter beschermen tegen het afsluiten van kostenplichtige transacties in het internet. Naar mening van de bondsregering beseffen consumenten soms namelijk niet dat ze een bestelling doen of een abonnement afsluiten waaraan kosten verbonden zijn. In een wetsvoorstel van het kabinet wordt de weergave van een zogenaamde 'warn button' voor het afsluiten van een kostenplichtige transactie in het internet verplicht. Deze bestelknop dient de consument niet mis te verstaan en goed leesbaar op een betalingsverplichting te attenderen. De Duitse bondsregering loopt hiermee vooruit op een vergelijkbare Europese richtlijn ter bescherming van de consument op internet, die momenteel wordt voorbereid. 

Bij vragen over e-commerce kunt u terecht bij Andreas Lutze.

17-08-2011

Samsung mag zijn iPad-concurrent Galaxy Tab 10.1 nu toch in Europa verkopen

Vorige week besloot het Landgericht Düsseldorf op verzoek van Apple in het kader van een kort geding tot een voorlopig import- en distributieverbod van de Galaxy Tab 10.1 in de gehele Europese Unie (behalve Nederland) op grond van merkenrechtelijke en mededingingsrechtelijke overwegingen. Nadat Samsung tegen dit besluit spoedbezwaar had ingediend, omdat de Koreaanse fabrikant vond dat een Duitse rechter niet de bevoegdheid zou hebben om Samsung een import verbod op te leggen in andere landen dan Duitsland, heeft de rechtbank in Düsseldorf haar besluit afgezwakt. Gisteren verkondigde de rechtbank, dat een algeheel import- en distributieverbod voor het moederconcern Samsung Korea niet meer voor heel Europa geldt. Voor de Duitse dochteronderneming van Samung geldt het import- en distributieverbod nog altijd voor geheel Europa. De zaak komt op 25 augustus a.s. opnieuw voor.

15-08-2011

De verklaring over de beëindiging van de functie als Geschäftsführer van een GmbH

Wij adviseren talrijke Nederlandse ondernemingen respectievelijk hun Duitse (dochter-)vennootschappen. Vaak hebben de Duitse dochterbedrijven een Duitse Geschäftsführer. Het komt regelmatig voor, dat deze zijn functie als Geschäftsführer neerlegt, omdat er meningsverschillen met de Nederlandse aandeelhouders zijn ontstaan. Tot dusver was het controversieel naar welk recht de vraag beoordeeld dient te worden of de verklaring van de beëindiging van de functie als Geschäftsführer de buitenlandse aandeelhouders heeft bereikt. De Duitse Hoge Raad (BGH) heeft recentelijk besloten, dat deze vraag naar het Duitse recht beoordeeld dient te worden (zie BGH, uitspraak van 21 juni 2011, II ZB 15/10). In de onderhavige zaak had een Geschäftsführer zijn verklaring van beëindiging per fax naar het Amerikaanse moederbedrijf verstuurd. Een niet-vertegenwoordingsbevoegde medewerker van het Amerikaanse moederbedrijf bevestigde de ontvangst van de de fax. Vervolgens weigerde het handelsregister de beëindiging van de functie als Geschäftsführer in te schrijven. Ten onrechte, zoals later bleek. Het BGH heeft in deze zaak thans besloten dat het voor de betekening van een wilsverklaring niet aankomt op het - mogelijkerwijs gecompliceerde - locale (buitenlandse) recht van de ontvanger, maar op het recht van de plaats van verzending, aldus het BGH. Wordt de wilsverklaring van de Geschäftsführer, waarin deze afstand doet van zijn functie schriftelijk in afwezigheid van de ontvanger afgegeven (bijvoorbeeld per fax), dan verkrijgt de verklaring op het moment van betekening rechtswerking. Een wilsverklaring kan in deze zin gezien worden als betekend op het moment dat de wilsverklaring dusdanig binnen het bereik van de ontvanger is gekomen, dat deze onder normale omstandigheden de mogelijkheid heeft om van de inhoud van de verklaring kennis te nemen. 

Bij vragen over het vennootschapsrecht kunt u terecht bij Andreas Lutze.